Het vakantiemenu: een verhaal zonder kop, maar wel met staart
Ik heb niet echt de meest geweldige herinneringen aan onze maaltijden, als wij vroeger in de jaren zestig met het gezin met vakantie gingen. We verbleven meestal in een pension of op kamers bij particulieren, maar het budget stond niet toe dat we buiten de deur aten. Dus was het aan mijn moeder om, aan de rand van een bos, eenpansgerechten te bereiden op een Campingaz-brandertje. Meetal nasi, bami of een of ander rijstgerecht, heel praktisch, want je hoefde niet bang te zijn als de pan omviel. Zelfs als je die ondersteboven hield, bleef het eten er gewoon inzitten. Bij mooi weer zaten we op een plaid op de grond, getergd door mieren en vreemde grijze steekvliegen die wij in Katwijk nooit zagen. Het was geen pretje. Als het regende zaten mijn zus en ik op de achterbank van de auto met ons prakje, zonder een blik door de beslagen ramen naar buiten te kunnen werpen. Nadat mijn vader onder vochtige omstandigheden met veel pijn en moeite de brander aan de praat kreeg, die dan ter beschuttin...