Rochelende luchtwegen en slechte heupen

Ik zal het eerlijk zeggen. Een van mijn zwaktes is dat ik moeilijk weerstand kan bieden aan mensen die een praatje willen maken. Dat is geen punt als dat aardige mensen  zijn, met interesse in hun gesprekspartner. Maar er zijn mensen die op je loeren om je in hun tentakels te vangen - en als ze dat lukt, kom ik daar niet uit los. En dan kan je alleen maar luisteren naar hun eigen verhalen, die meestal op klaagzangen neerkomen. Een kennis zei me eens, dat het de kunst is om in beweging te blijven. Sta niet stil! Dat kan zeker werken, en ik heb het verschillende malen met wisselend succes toegepast. Maar wat als je niet in beweging bent? Hoe bevrijd je je dan uit hun geweeklaag?

We zaten aan de bar van de sauna, met onze kopjes koffie met minuscule koekjes, neef Pieter en ik. Zoals gewoonlijk konden we onze wederwaardigheden uitwisselen, en niets wees erop dat wat gewoonlijk een genoeglijke traditie is tussen twee verschillende generaties, wreed zou worden verstoord. De man van onduidelijke leeftijd, in een badjas met vrachtwagenmerk, zat een paar barstoelen verder. De vriendelijke mevrouw van de bediening zei iets over een servicebeurt van haar auto en ik maakte een opmerking - tegen haar, niet tegen de onbestemde man. Maar die zag zijn kans schoon. Wat volgde was een op ons gericht eenzijdig verhaal, waarin de bandenspanning van zijn auto, de ruzie met de dealer, wat er allemaal mis was op zijn werk en wat al niet meer voorbijkwamen. Bovendien alles met behulp van een redelijk grof vocabulaire. Het enige wat ons te doen stond, was de koffie met klein koekje naar binnenwerken, zeggen dat wij de saunacabine weer zouden opzoeken en weglopen. Dat deden we ook. Maar hij wist ons steeds te vinden. Zelfs toen we ons veilig buiten uit de wind in het winterzonnetje meenden te kunnen verstoppen. Gelukkig is neef Pieter zeer bedreven in het negeren van personages die hem niet aanstaan om vervolgens weg te lopen - waarop ik hem dus mooi kan volgen. De vriendelijke bedieningsmevrouw zei later dat de man iedereen tot wanhoop drijft. Volgens mij is hij gescheiden, zei ik. Vind je het gek, was haar reactie.

Rochelen

Lang geleden in de bus, het was winter, vochtig, de ramen beslagen, zette zich een kolossale vrouw pontificaal, rochelend en zwetend naast me, zakdoekje in de hand en de boodschappentas op haar royale schoot positionerend. Voor mij bleef nog een halve stoel over. Ik weet niet meer waar ze over begon, maar het was een behoorlijk onsamenhangend verhaal waar geen intelligente lijn in viel te bespeuren. Een paar haltes verder stapte een man in. "Moet je hem zien," zei ze fluimend tegen mij, "die heeft vast ook het zwarte garen niet uitgevonden."


De NZH-bus in de jaren tachtig, Rijnstraat in Katwijk
Foto: Cock Koelewijn



Het bushokje

Ah, de bus, die was verantwoordelijk voor wellicht het meest bizarre gesprek waar ik aan ten prooi viel. Het was een warme zonnige zomerdag, zo een dat het vreemd rustig is op straat en je de hitte in de verte ziet trillen. Op een van de bankjes in het bushokje zat een vrouw van misschien 55 jaar. Ze zei niets, nog niet. Aan de overkant van de straat fietste een jonge vrouw voorbij, haar zomerse jurk flapperend in de wind. Ik moet mijn woorden hier goed kiezen, want voordat je het weet gebruik je de titel van een roman van Oek de Jong. En sinds een interview vorig jaar met een advocaat die tevens standup comedian is, gespecialiseerd in auteursrecht en het bijstaan van artiesten, weet ik dat ik daarmee moet oppassen.

De caravan

Bij het zien van de zomerse mevrouw op de fiets ging de mevrouw van 55 los. "Moet je haar zien," zei ze op misprijzende toon, "die gaat vast naar het strand." Ik zei dat ik haar geen ongelijk kon geven. Fout. Daarmee begon ik een gesprek. De vrouw, die haar momentum pakte: "Nou, ik niet." Niet op ingaan, Martin. Maar dat deed ik toch. "Hoezo niet", vroeg ik. "Ik kan niet. M'n heupen. Ik kan niet door dat mulle zand lopen. En als ik zit, kom ik niet meer overeind." Dat vond ik wel - enigszins gemaakt - sneu voor haar. "Maar heeft u geen tuin of balkon, waar u van de zon kunt genieten?" Daar kwam geen duidelijk antwoord op. "Maar we hebben wel een karravan (sic) op de Veluwe." "Oh, dan gaat u dan zeker wel vaak naar uw caravan?" Domme vraag. "Nee, daar gaan we niet meer naartoe." Waarom niet? "Mijn man. Zijn hart." Dat begreep ik niet helemaal. Het is toch fijn om er zo nu en dan even uit te gaan dan? "Nee, dat gaat niet. Als hij het aan zijn hart krijgt, kan ik met mijn heupen geen hulp halen."

De bus kwam op het juiste moment. Ik liet haar eerst instappen, en vervolgens ging ik een heel eind verder zitten. Aan sommige gesprekken valt niet deel te nemen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Sinister Londen

De hebberige hospita im Schwarzwald

Twee dagen vakantie extra in Karinthië