Het vakantiemenu: een verhaal zonder kop, maar wel met staart
Bij mooi weer zaten we op een plaid op de grond, getergd door mieren en vreemde grijze steekvliegen die wij in Katwijk nooit zagen. Het was geen pretje. Als het regende zaten mijn zus en ik op de achterbank van de auto met ons prakje, zonder een blik door de beslagen ramen naar buiten te kunnen werpen. Nadat mijn vader onder vochtige omstandigheden met veel pijn en moeite de brander aan de praat kreeg, die dan ter beschutting tussen het portier en de auto werd geplaatst, was het aan mijn moeder om zittend op de voorbank de pan in de gaten te houden. Mijn aversie van kamperen kan je waarschijnlijk op deze herinneringen terugvoeren.
De Imbiss
Karinthië, 1968. Plots had mijn vader er genoeg van. Reden was de ontdekking van een kleine Imbiss - tijdens een regenbui - nabij de Ossiachersee, waar je voor een schappelijk bedrag weliswaar buiten, maar overdekt kon eten. Vooral het feit dat ze daar aardappelsalade, zijn lievelingsgerecht, op het menu hadden trok hem over de streep. Ik hoef niet te vertellen dat mijn moeder het helemaal met hem eens was, om nog maar te zwijgen van mijn zus en ik. De Campingaz werd sindsdien alleen nog maar gebruikt in combinatie met de pot Nescafé. En bij droog weer. Het werd de sport van mijn vader om een zo mooi mogelijke maaltijd tegen zo weinig mogelijk uitgaven te vinden. Hij kon geen menukaart aan de gevel van een restaurant meer voorbij lopen, zonder die aandachtig te bestuderen, waarbij hij zijn sleutels in zijn rechterhand tegen het glas hield om de regels aan te wijzen. Dat hij dit ook deed in een museum om het plaatje op de lijst van een schilderij te lezen en daarmee het alarm activeerde is een ander verhaal.De overdaad
We gaan niet met vakantie om te eten. Tenzij je een paar duizend euro hebt uitgelegd voor een culinaire reis door Toscane natuurlijk, maar het gros van ons neemt het zo het valt. Ziet het er leuk uit, kun je buiten zitten en zijn de prijzen redelijk, daar draait het om. Eens, met een vriend onderweg naar Riquewihr in de Elzas, stopten we en route bij een restaurantje in het vriendelijke, maar verder onbeduidend stadje Sainte-Marie-aux-Mines aan de noordkant van de regio. Het toerisme was dit plaatsje volkomen voorbij gegaan. De menukaart was vanzelfsprekend geheel in het Frans, een taal die wij beiden maar mondjesmaat beheersten. Maar er stond een compleet menu op voor een absurd lage prijs. Nadat we de derde gang, warme eendenborst, achter de kiezen hadden, maakten we ons op voor het dessert. Dat was een misrekening. De hoofdgerechten - twee maar liefst - volgden nog. We hadden er eigenlijk geen plaats meer voor. Zonder tijd om uit te buiken rolden we de auto weer in, de stoelen een gaatje verder naar achteren gezet.
De principes
Het kan ook anders. Schierke is een klein plaatsje aan een doodlopende weg in de Harz en daar is bitter weinig keuze aan horeca. Maar er was een restaurant met een terras dat een schitterend uitzicht bood - we kenden het van een eerdere reis. Of er nu een andere eigenaar was of dat de kok z'n dag niet had, we weten het niet. Maar de schnitzel van het befaamde Schniposa-gerecht - Schnitzel, Pommes und Salat - leek er qua vorm wel op, maar daar was het wel mee gezegd. Het prefabgeval was zwartgeblakerd en droop van het vet, genoeg om mijn beklag te doen - en dat doe ik niet vaak. "U bent zeker niet veel gewend", zei de vreugdeloze mevrouw van de bediening zonder greintje humor of klantvriendelijkheid. Je dagen doorbrengen aan een doodlopende weg in de bergen zal z'n sporen wel nalaten. Humor, dat had de kelner in het restaurant op de Loreley boven de Rijn wel. Het was lunchtijd, en ik snakte naar een Duitse Käsebrot. Brood en kaas stonden wel op de kaart, maar geen Käsebrot. En die kon de keuken op mijn verzoek ook niet in elkaar flansen, zei de kelner. Ik wilde graag weten waarom niet, want alles leek daarvoor in huis te zijn. Alle overige gasten staakten hun conversatie, in gespannen afwachting hoe deze verbale, maar vriendelijke krachtmeting zou eindigen. De kelner was niet te vermurwen. "Das sind nun einmal unsere Prinziepen, und die soll man behalten."
De forel
Nu kan je mij niet blijer maken dan met een forel als die op de menukaart staat. Zelfs als Katwijker ruil ik daar graag schol, schelvis en lekkerbekken voor in. In een idyllisch gelegen restaurant aan het snelstromende riviertje de Oker, midden in de bossen van de Harz, bestelden we Forelle Müllerin Art. Voor degenen die hier niet zo bekend mee zijn, dat is forel die met amandelen bestrooid wordt gebakken en als hele vis wordt geserveerd. En deze vissen waren wel heel uitbundig met amandelen bedekt. Ik geef toe, de eerste happen vond ik wat melig, maar als snel werden de smaakpapillen weer verwend. Nadat ik mijn vis had verorberd keek ik naar het bord van mijn tafelgenoot. Daar lag de ruggengraat compleet met kop en staart. Op mijn bord lag slechts een graat met staart.

Reacties
Een reactie posten