Een blik vol redders in trainingspak

Ik heb nooit begrepen waarom zoveel mensen het Sauerland altijd in één adem noemen met Winterberg. Ik geeft de voorkeur aan Willingen, dat in tegenstelling tot het saaie Winterberg mooi in een dal tussen de bergen ligt. En welke kant je ook opkijkt, je ziet bergen - met als letterlijk hoogtepunt de Ettelsberg, die met 838 meter de op een na hoogste top in het middelgebergte is. Dat is in de zomer al prachtig, maar in de winter - mits er sneeuw ligt - is het sprookjesachtig. Zolang alles goed gaat natuurlijk. Want we moesten worden gered.

In het verleden heb ik in de winter, wanneer er sneeuw in het vooruitzicht was, verschillende malen koersgezet naar Willingen. Hotel gebeld, langlaufski's in de auto en vier en half uur later zit je in de sneeuw. Loipes genoeg, en als je het langlaufen zat ben, zijn er nog altijd de wandelroutes. Vooral die wandelroutes kunnen een verrassing zijn, als je je eigen conditie hebt overschat en na uren banjeren in de sneeuw aan het einde van de dag elke pees en spier in je lichaam protest aantekent. Waarom doen ze dat niet eerder, zodat je jezelf tijdig kunt aanpassen? Op een van die langweekendtrips ging het echter op een andere manier faliekant mis, en wel op dag één. Ik kan het gooien op een Nederlands gebrek aan inschattingsvermogen bij sneeuwcondities, maar laten we het er maar op houden dat bij het inpakken van de reistas de ratio was achtergebleven. 

De sneeuw viel al gestaag naar beneden die vrijdagmiddag toen we Willingen binnenreden. Desondanks dachten we dat het wel een goed idee zou zijn om die eerste avond te gaan eten in een gasthaus op een mooie plek halverwege de Ettelsberg. Daar waren we al eens eerder geweest en het was goed eten daar. Met een beetje geluk zit je aan een raam met een schitterend uitzicht over Willingen. Ik geef toe, de kans op een raamplekje was wellicht niet zo groot op vrijdagavond. En wat wij dachten aan uitzicht te kunnen zien door de toch wel behoorlijke sneeuwval heen, weet ik eigenlijk ook niet. Niettemin, wij zetten koers over het smalle weggetje dat tussen de weilanden door omhoog naar het gasthaus loopt. 


Het gebouw halverwege de Ettelsberg met de verlichting langs het dak was de beoogde bestemming.


 
Terwijl ik daar reed, begon ik al na zo'n honderd meter op het weggetje toch wel te twijfelen aan het voornemen om onder deze omstandigheden de berg op te rijden. Want je zal na het eten in de duisternis en door de sneeuw ook weer naar beneden moeten. Nu zou de Honda, met z'n voorwielaandrijving en winterbanden daar geen probleem mee hebben, maar het weggetje was op geen enkele manier gemarkeerd met hekken, paaltjes, lantaarns of wat dan ook. Ik kon nu nog wel de bandensporen zien van auto's die daar eerder hadden gereden, maar dat zou het sneeuwdek waarschijnlijk wel gaan verhullen. "Ik ga niet verder", zei ik tegen mijn reisgenoot. "Ik draai om."

Het is een vreemde gewaarwording als je de voorwielen plotseling in diepe sneeuw voelt wegzakken. Daar stonden we, slachtoffers van een dichtgesneeuwde greppel die door het sneeuwdek niet was te onderscheiden van het plaveisel en met een auto die in een hoek van 90 graden ten opzichte van de bergweg stond. In de sneeuw, terwijl het snel donkerder werd. Er zijn vakantiemomenten waar je meer van geniet. 

Hulp in aantocht

Terwijl we daar zo'n vijf minuten naast de auto stonden om te bedenken wat ons te doen stond - zo'n 1.500 meter naar het hotel teruglopen en daar hulp vragen leek de enige oplossing - naderden in de sneeuwval koplampen vanuit de richting van de berg. Een Volkswagenbus stopte en de man achter het stuur stelde de retorische vraag of wij hulp nodig hadden. Vervolgens riep hij iets tegen zijn passagiers, de schuifdeur ging open en tot onze verbazing sprong daar een hele groep gespierde en afgetrainde jongens van een jaar of 18 uit. 

Het kunnen er zes of acht zijn geweest, dat weet ik niet precies meer, maar het was alsof er een blik gasten in trainingspak werd opengetrokken. Ze waren allemaal gehuld in een identiek sporttenue. Het enige wat bij de redders ontbrak was een St. Bernardhond met een vaatje om zijn nek. Na kort overleg dat misschien nog geen 20 seconden duurde, namen de jongemannen positie rond de auto, tilden hem op alsof die niets woog, en zetten hem met de neus op de weg in de richting van Willingen. Nog voordat we de kans kregen om de redders in de nood uitgebreid te bedanken, sprongen ze alweer in de Volkswagen. De chauffeur groette ons nog, en het busje verdween in de sneeuwjacht. We konden nog net op de achterkant van de bus zien dat daar het woord 'skiteam' stond. Het duurde bij elkaar hooguit twee minuten. Een hallucinatie? Je zou het bijna zeggen. Maar laten we het op een gelukkige toevalligheid houden, die je niet zou geloven als iemand je het zou vertellen. 

De volgende ochtend konden alsnog met een spade in de weer om de auto uit te graven op een parkeerterrein nabij het hotel. De sneeuwschuiver van de gemeente Willingen had een behoorlijke dijk opgeworpen, waar de auto achter stond. De Honda was andermaal een gevangene van de sneeuw. Maar nu wel met vaste grond onder de wielen. 


De Honda toen de zon weer scheen - op hetzelfde weggetje.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Sinister Londen

De hebberige hospita im Schwarzwald

Twee dagen vakantie extra in Karinthië