Ik heb (meestal) gelijk

Ach, het loopt niet altijd zoals we willen. En als we al dan niet vermeend tekort worden gedaan, moeten we dat corrigeren. Soms heeft dat resultaat, soms slaan we een flater. In de eerste categorie noem ik de tandarts die meende dat een kroon niet goed vastzat en die los wilde maken om die opnieuw vast te zetten. Dat ging niet goed. Krak, zei de kroon. Daar moet een nieuwe op, zei de tandarts. En later kreeg ik daar een rekening voor. Dat liet ik niet over mij heen gaan. Lang verhaal kort, ik hoefde een groot deel niet te betalen. Maar het loopt niet altijd op rolletjes.

December 2022. Ik vond het tijd voor een familiefeestje. Met z'n tienen en drie auto's reisden we af naar Bad Bentheim, 10 kilometer over de grens bij Oldenzaal. Van vrijdag tot en met zondag in het onvolprezen Hotel Diana. Gezellig met elkaar, uitgebreid ontbijtbuffet, lekker eten 's avonds, kerstmarkt op de binnenplaats van het kasteel en het had nog gesneeuwd ook. Er wordt nog steeds over gesproken. Op zaterdagmiddag gingen zeven van de tien feestvierders naar het Badepark, en het mooie was dat we dankzij de Kurkarte - leve de toeristenbelasting! - daar gratis naar binnen mochten. Op twee na dan, want neef Pieter en ik laten geen mogelijkheid onbenut om de sauna in te duiken. En daar moest je dan weer wel voor betalen. Bij de kassa kregen we na het tonen van de Kurkarten allemaal een armbandje, waarmee je de lockers kon openen en in de cafetaria het een en ander kon bestellen. Ik geef de familie de blauwe armbandjes, maar ik kwam er twee te kort. Wellicht heeft de mevrouw aan de kassa niet goed geteld, dat zou zomaar kunnen. Dus ik zei dat ik er nog twee nodig had. Dat kan niet, zei de mevrouw. Ik heb u zeven armbandjes gegeven. Ik wees op de vijf neven en nichten die ik een armbandje had uitgedeeld. Ik kom er dus twee te kort, hield ik vol. De woordenstrijd ging zo enige tijd in het Duits heen en weer en met stijgende irritatie aan beide zijden. De rij achter mij keek ademloos toe hoe dit zou aflopen, evenals mijn zwijgende familie. Op een bepaald moment zei de mevrouw "Kijk, ïk heb u vijf blauwe zwembadarmbandjes gegeven en twee rode sauna-armbandjes. Die moet u ergens hebben." Oei. Twee rode sauna-armbandjes. Die had ik al in mijn jaszak gestopt. Verontschuldigingen in het Duits, bij een steeds langere wachtrij voor de kassa, dat praat allemaal wat moeilijker dan je zou denken. En de toen zwijgende familie praat er nu nog over.

Eve & Adam

Maar soms heb ik wel gelijk. Net zoals met bovengenoemde tandarts. Ik zal zo'n jaar of 17 of 18 zijn geweest, toen ik mooie schoenen kocht van het destijds populaire merk Eve & Adam. Bestaat nog steeds, tot mijn verbazing, al zal het nu wat minder in de belangstelling staan. Achteraf gezien leken die schoenen op een soort gestileerde klompen, maar zo zag ik dat toen niet. En wat de relatie tussen schoenen en Adam en Eva is, heb ik nooit begrepen. Het is toch algemeen bekend dat die in hun blote niksie rondliepen. 

Nu waren het geen goedkope schoenen, ik geloof dat ze ongeveer 80 gulden kostten, een behoorlijk bedrag in de jaren zeventig. Mijn frustratie dat de zolen van beide schoenen al na een paar weken loslieten laat zich begrijpen. Ik toog naar de gerenommeerde Katwijkse schoenenzaak waar ik ze had gekocht om mijn beklag te doen. Ik werd te woord gestaan door een in mijn jeugdige ogen oudere dame. Op begrip van haar kant hoefde ik niet te rekenen. Die schoenen schopte ik natuurlijk gewoon uit, dat moet je niet doen en ik moest er al helemaal niet mee voetballen. Voetbal en ik is op zich al een lachwekkende combinatie, maar daar zag ik onder de omstandigheden de humor niet van in. Thuis zette ik mij achter de schrijfmachine en stelde een brief op poten op, gericht aan de directie van de schoenenzaak. Compleet met een verslag van wat de oudere dame had gezegd. Na een paar dagen ging 's avonds de bel. Daar stond de eigenaar van de schoenenwinkel. Hij bood zijn excuses aan voor wat de oudere dame had gezegd. "Dat is trouwens mijn vrouw", zei hij. Maar ik mocht een nieuw paar schoenen uitzoeken. Eind goed, al goed, en dat allemaal dankzij een brief waarin ik dreigde de ervaring met de schoenenzaak aan iedereen te vertellen. Het doet me een beetje denken aan mijn vader, die bij de leraar Handelsvakken van mijn zus verhaal ging halen over een onterechte klassikale bestraffing. "Is je vader thuis?", vroeg hij aan de jongedame die opendeed. "Ik zal mijn man halen", zei ze.

Rotjoch

Ik ben geen geweldadig persoon. Toch heb ik mij eens tot fysiek geweld moeten verlagen om voor mij en mijn zus op te komen. We praten over de Boslaan in de tijd dat het nog een frisse nieuwbouwwijk was. Het was daar leuk spelen, in het bos naast het gemeentehuis, in duin als de oranje kolf niet gehesen was en de kogels je niet om de oren vlogen, of gewoon achter de flat op de rijstrook naar de schuur- en garageboxen. Zelfs op het trottoir langs de Boslaan kon je ook nog gewoon kind zijn, want zoveel verkeer was er niet. Dat ging altijd goed, totdat Jantje V. op het toneel verscheen. Hij woonde in het volgende portiek. Een pestkop, etterbak, treiteraar, een paar jaar ouder dan ik - en hij maakte het leven van andere kinderen zuur. Waarom Jantje V. en niet gewoon zijn hele naam? Het zou zo maar eens kunnen dat Jantje V. van dit verhaal hoort, want de kans is natuurlijk groot dat hij nog onder ons is. En wellicht is Jantje V. nu een oppassende en godvrezende burger, een steunpilaar van de samenleving. Maar dat betwijfel ik. Jantje V. was addergebroed. In vroeger eeuwen zou zijn moeder ongetwijfeld van hekserij zijn beschuldigd, want zo'n jongen kon alleen maar zijn ontsproten uit de lendenen van de Boze zelf. 

Wat er precies die dag gebeurde weet ik niet meer. In elk geval speelden mijn zus en ik met de kleine houten kruiwagen die wij hadden. Ik geloof dat Jantje V. probeerde om die uit mijn handen te trekken, want zo'n kruiwagen had hij niet. Voor mij was de maat vol. Ik hief de kruiwagen op en liet die met een klap neerkomen op het hoofd van Jantje V. Ik zie nog precies voor me, hoe hij gillend wegrende met zijn handen op zijn hoofd, om zijn moeder roepend. Van Jantje V. hebben we nooit meer last gehad. Ik weet niet of zijn moeder bij ons aan de deur verhaal kwam halen, maar als dat zo is geweest, dan kende zij mijn moeder nog niet.

Reacties